Het Vergeten Leger
Nederlandsch Indië 1945-1950
Uitvoeringen:
A - Aa - B - C - D - Dd - E - F - G
B: gezaagd uit metaal-/koperplaat
Dd: geborduurd op suede
E: borduursel met gouddraad
Door begrijpelijke omstandigheden was Nederland in 1945 niet in staat een krijgsmacht op de been te brengen bestaande uit dienstplichtigen, hoewel er vanzelfsprekend wel een grote behoefte was aan een sterke krijgsmacht, per slot van rekening was Nederlands Indië nog bezet door Japan.
Zodoende viel de keuze van de Regering op het werven van vrijwilligers. Om hier een wettige basis aan te geven verscheen een Koninklijk Besluit (dd 1 oktober 1944 nr. 1, het zgn OVW-besluit) waarin werd aangegeven dat ten behoeve van de vorming van de strijdkrachten zowel voor Europa als voor deelneming aan de strijd in het Verre Oosten, oorlogsvrijwilligers zouden worden aangenomen.

Na de bevrijding van Nederland was de belangstelling hiervoor enorm groot, zo groot zelfs dat men besloot leden van de Binnenlandse Strijdkrachten voorrang te verlenen bij de formering van de nieuwe Nederlandse strijdmacht.

Hoewel het OVW-besluit van 1944 in artikel 6 zonder misverstand bepaalde dat de oorlogsvrijwilligers op de uniform een door de minister vast te stellen onderscheidingsteken zouden dragen, was dit teken er in augustus 1946 nog steeds niet. Op 26 augustus richtte ZKH Prins Bernhard zich rechtstreeks tot de minister die hierdoor nu ook daadwerkelijk tot actie overging. Op 20 september verscheen zijn Ministriele Beschikking (nr 925) waarbij een bijzonder onderscheidingsteken werd ingevoerd voor militairen van de KL 'die zich in Nederlandsch-Indië bevinden en aldaar aan land zijn gegaan voor 1 oktober 1946'

Dit embleem, een khaki-kleurige pat, waarop in geel geborduurd de letters OVW, gedekt door de Koninklijke kroon, diende te worden gedragen op de rechter mouw, eventueel onmiddelijk boven het rangonderscheidingsteken. Het embleem was ontworpen door de heer F.J.H. Smits toen werkzaam op het Militair Kabinet van de Minister van Oorlog.

In eerste instantie werd het embleem in Nederland vervaardigd (bij de firma Van Engelen & Evers te Heeze in Noord-Brabant) echter spoedig werden ook stoffen emblemen in Indië aangemaakt. Maar aangezien de stoffen opgenaaide emblemen door het vele wassen van de uniformen snel sleten en verschoten, werden OVW emblemen al gauw in metaal uitgevoerd (door metaalwarenfabriek Cordesius & Zonen), zoals dat ook met de overige mouwemblemen gebeurde.

Bij de eerste uitvoering bleek al spoedig dat de heraldische kroon qua stijl niet goed paste bij de gestyleerde letters (zie A). De ontwerper van Cordesius is er toen toe overgegaan de kroon eveneens te styleren (zie Aa). In deze uitvoering is het OVW-embleem in Indië overwegend gedragen. Al spoedig kwam de commercie om de hoek kijken. Cordesius vervaardigde nl ook OVW-emblemen in geponste uitvoering in goudkleurig metaal (waarvan uiteindelijk de goudkleur verdween en de zilverkleurige ondergrond zichtbaar werd, zie C). Talloze andere varianten zagen het licht zoals de uitgezaagde koperen versie gedragen door het OVW bataljon 2-13 R.I. dat op de uitgaans tenue alles in koper droeg (zie B) of zoals het zeer fraaie exemplaar, geborduurd op suede (zie Dd).

Waarschijnlijk bestaat er van geen ander mouwembleem zoveel variaties, wat ook aangeeft hoezeer het embleem door de mannen werd gewaardeerd.

(bron: 'O.V.W. Een klasse apart' door B.C Cats in Armamentaria deel 21 - 1986)
Om alle belangstellende kennis te laten nemen van de inhoud van het OVW-besluit (KB 01-10-1944 nr 1) verscheen een handig boekje, de omslag versiert met de Nederlandse vlag en de aanhef: 'Nederlanders kent U plicht'.


De inleiding van het boekje was samengesteld door de Luitenant-Gouverneur-Generaal van Indie,  H. van Mook.


Het boekje gaf in het kort antwoord op de vragen:

A. Wat zijn OVW'ers
B. Wie kunnen OVW'ers worden.
C. Hoe wordt men OVW'er
D. Welke zijn de mogelijkheden van den OVW'er
E. Welke positie bekleed de OVW'er in de maatschappij
F. Welke zullen de demobilisatie-voorwaarden, het pensioen,
   de invaliditeitsuitkeeringen van den OVW'er zijn
Het embleem moet nadrukkelijk gezien worden als een onderscheidingsteken en mocht tot voor kort nog gedragen worden (thans zijn er geen oud-OVW'ers meer in actieve dienst). De Minister van Oorlog heeft dit toentertijd in LO218-1948 duidelijk bepaald: 'militairen aan wie het Bijzondere Onderscheidingsteken m.i. terecht werd uitgereikt, blijven bij overplaatsing naar een ander onderdeel, eventueel in Nederland, gerechtigd tot het dragen van het onderscheidingsteken'.
A Aa        B                                            B                                           C
D                                                          D                                                         Dd                                                        E
G in been                                                            G
Pb voorzien van stempel Oorlogsvrijwilliger.